Met een groentekraam waarop groente groeit, reed ik door de
stad. De
groenten komen zo uit de grond bij de mensen thuis. Hiermee schakelde
ik een belangrijke stap in het distributieproces uit, tegelijkertijd
bleek dat ik een groots, haast romantisch gevoel aansprak.
Als de Groentekar niet rijdt, klapt hij uit tot moestuin op een plek waar honderden jaren geleden een stadsgroentetuin is geweest.